Ik was met mijn vrienden aan het dansen bij een boomhut, van waaruit een dj muziek draaide. Ik ben op mijn allereerste festival. Het festival terrein is niet immens groot, maar precies goed, zodat je niet eindeloos hoeft te lopen. Er staan ruime tenten waar de optredens plaatsvinden en in de nacht verandert het terrein in een sprookjeswereld. Er zijn overal lichten, zelfs op het water zijn heuse kunstwerken gebouwd. Er is een magisch bos en je kan dansen onder de sterren. Ik wil nu al nooit meer naar huis. Ik danste en danste op de beats van de dj tot mijn oog viel op een ontzettend mooie vrouw. Donkerblonde krullen, kleur ogen vergeten, maar ze waren warm, zo warm. Wat was ze prachtig, zo mooi, zo dichtbij ook. Ik bleef een tijdje naar haar kijken. Ze was in gesprek met een jongen, maar haar interesse in hem verslapte. Ze keek om zich heen en staarde mij ineens recht in mijn porem aan. Een glimlach verscheen op haar gezicht. Ja verdomme, ze lachte naar mij. Ik lachte terug terwijl ik bleef dansen en zij bleef doorpraten. Af en toe keken we gelijktijdig naar elkaar en dan glimlachten we verlegen. Ik wachtte rustig mijn kans af en zodra de jongen weg was liep ik naar haar toe en vroeg of ze hier alleen was. Ze glimlachte naar me, zei dat ze niet alleen was, maar dat ze een rondje was gaan lopen en dat haar vrienden ergens anders aan het dansen waren. Ik vroeg naar haar naam. ‘Felice zei ze, ik heet Felice.’ ‘Felice?’ zei ik,  ‘Wat een exotische naam. Toen zei ze: ‘Nee, ik heet Fien.’ ‘F-I-E-N,’ spelde ze. Ik verborg mijn teleurstelling. Haar naam paste niet bij haar. Ik vroeg haar wat ze in het dagelijks leven deed, zo’n achterlijke vraag die iedereen altijd maar meent te moeten stellen. Ze zei dat ze als kinderarts werkt in Amsterdam. Ik was onder de indruk. Tegelijkertijd maakte mijn hart een sprongentje, ik bedoel, ik was wel een heuse kinderarts aan het versieren. Ze vroeg ook wat ik deed voor de kost en ik zei dat ik als dolfijnentrainer werkte in het dolfinarium. Ze moest lachen, zei dat ze te intelligent was om dat te geloven en vroeg me wat voor werk ik echt deed. ‘Schrijven,’ antwoordde ik. ‘Schrijven?’ vroeg mijn Fien met grote ogen. ‘Ja, schrijven,’ zei ik. ‘Ik kan je wel een gedicht voorlezen bij het water als je wilt.’

Dit was een verkeerde zet, te vroeg wellicht, want Fien leek een beetje zenuwachtig te worden van mijn voorstel en zei dat ze eerst haar vrienden weer ging opzoeken en dat ze misschien later nog wel terug zou komen. Teleurgesteld antwoordde ik dat het oké was en wenste haar nog een fijne avond. Ze liep weg, ik draaide me om en baalde als een stekker omdat ik onze hele toekomst al voor me had gezien. We zouden natuurlijk gaan trouwen, Fien en ik. Ik zou de hele dag schrijven in onze prachtige appartement met brocante meubels en in de avond zou mijn mooie kinderarts thuiskomen van haar goed verdienende baan, mij een zoen geven en giechelend vragen wat we die avond gingen eten, waarop ik mijn kinderarts op het bed zou duwen en zeggen : ‘Jou, jou eet ik vanavond en elke avond weer voor de rest van mijn gelukkige leven.’

Verdomme, is dat nou niet romantisch? Precies. Zo romantisch als de pest.

Maar Fien was weg en ik ging weer dansen en probeerde Fien te vergeten. Ik dacht dat ik mijn kans verpest had. Ik keek naar andere vrouwen, maar niemand was zo mooi als mijn Fien. Ik lurkte aan mijn water, rookte de ene sigaret na de ander en keek telkens om mij heen om te kijken of Fien in de buurt was. Ze was nergens te bekennen.Net toen ik mij afvroeg wat er verdomme zo raar is aan iemand een gedicht te willen voordragen stond ze ineens weer naast me en tikte me aan. ‘Hier is het toch leuker,’ zei ze. Ik lachte en vroeg : ‘Omdat ik er ben?’ ‘Misschien wel,’ antwoordde ze en keek me ondeugend aan. Ik zei : ‘Kom, we gaan een mooi plekje zoeken en dan zal ik je wat van mijn gedichten  voorlezen.’

Ik pakte haar hand en we begonnen te lopen. Ik voelde me heel wat toen mijn vrienden mij hand in hand weg zagen lopen met die prachtige vrouw, die zeer spoedig mijn vrouw zou worden. Toen we voor de ingang van het magische bos stonden vroeg ik Fien of we naar het water zouden lopen of in het bos zouden gaan zitten. ‘Nu mag jij kiezen,’ zei ze. Waar ze verdomme gelijk in had, want zij was immers eerder die avond van me weggelopen. ‘We gaan het bos in,’ zei ik en hand in hand liepen we het bospaadje op. Ik had de grootste moeite om niet op mijn bek te gaan, want het had flink geregend de dagen voorafgaand aan het festival en het terrein lag vol met drek. Fien had door dat ik het moeilijk had met de nachtelijke wandeltocht, maar ze zei er gelukkig niets van. Gegeneerd stuntelde ik voort tot we in het bos aangekomen waren. Het bos mocht inderdaad magisch genoemd worden. Er waren lichten opgehangen in de bomen, er branden kampvuurtjes en er speelde een bandje. Ik legde mijn spijkerjas op een boomstam en Fien en ik gingen erop zitten. Ik merkte toen pas hoe verlegen ik me voelde bij haar. Ik stak een peuk aan, bood Fien ook een sigaret aan, maar ze sloeg hem af dus ik zat daar maar wat aan mijn peuk te trekken naast een bloedmooie kinderarts, terwijl ik me bedacht wat ik nu in godsnaam moest zeggen. Toen zei Fien : ‘Romantisch plekje,’ en keek me ontzettend zwoel aan. Godsamme, zo’n directe opmerking had ik helemaal niet zien aankomen. Met overslaande stem zei ik: ‘Ja mooi, inderdaad,’ en ontweek haar blik.

Ongelofelijke loser dat ik ben. Ik heb altijd mijn praatjes klaar en nu was ik veranderd in een mietje. Ik kon mijzelf wel voor mijn kop slaan voor mijn antwoord. Dit was een overduidelijke hint van mevrouw de kinderarts. Ik had haar verdomme verliefd moeten aankijken, haar hand moeten pakken en haar dan gezoend moeten hebben onder deze bomen met de mooie lichten. Ik was op een magische plek en ik verprutste het natuurlijk weer.

Ik durfde Fien nog steeds niet aan te kijken en zoog driftig aan mijn sigaret, terwijl ik mijzelf nog meer voor schut zette door naar de bomen te wijzen en te zeggen : ‘Kijk eens, die bomen.’ Ik keek opzij en zag Fien lief naar me kijken. Ik kon het niet aan. Ik kon het verdomme niet aan en ik verpestte mijn tweede kans door mijn blik af te wenden en mijn ogen neer te slaan. Ik stampte mijn sigaret uit en vroeg met trillende stem of ze misschien een gedicht wilde horen. ‘Ja, graag,’ zei Fien en ze schoof dichter naar me toe. Ik pakte mijn telefoon erbij, die natuurlijk weer eens niet deed wat ik wilde en ik vond het nodig om te verkondigen dat ik niet kan omgaan met technische apparaten. Alsof ze daar een nat broekje van zou krijgen.

 Uiteindelijk kwam  ik op mijn site terecht waar wat foto’s en gedichten van mij opstaan en ik begon op de website naar beneden te scrollen om een goed gedicht te vinden. Ik keek stiekem even opzij. Fien leek onder de indruk van mijn website. Mooi. Ik koos een gedicht dat ging over een meisje in de kroeg die tot over haar oren verliefd werd op een ander meisje en daar niets mee durfde te doen. Het gedicht leek me wel toepasselijk in deze situatie. Ik begon het  gedicht voor te lezen en vanuit mijn ooghoek zag ik Fien glimlachen. Het gaf me weer wat nieuwe moed. Toen het gedicht afgelopen was zei Fien dat ze het een mooi gedicht vond en ze vond het knap ook dat ik gedichten kan schrijven. Ik moest natuurlijk weer opmerken dat sommige mensen dat nu eenmaal kunnen en anderen niet. Zoals de een goed is in wiskunde en de ander in taal. Fien knikte. Ik liet haar nog een gedicht lezen en stak zelf nog een sigaret op. Mijn handen trilden.

 Ze maakte me stervenszenuwachtig, echt waar. Want Fien, mijn nieuwe vrouw, was betoverend mooi. Iedereen weet dat een mooie vrouw vroeg of laat je hart zal breken en ik wilde er alles aandoen om haar mijn hart te laten breken. Ik wist alleen nog niet hoe ik dat voor elkaar moest krijgen. Ik hoopte dat de poëzie de liefde tot leven zou wekken. Dat mijn letters het werk zouden doen. Dus ik wachtte en rookte mijn longen zwart terwijl Fien mijn gedichten las. Ooit zou ik voor haar schrijven.

Fien was  ondertussen uitgelezen. Ze vond mijn gedichten mooi en ze vroeg me om een sigaret. Samen rookten we, terwijl we zwijgend naar de bomen keken. Met elke seconde verloor ik meer hoop op een gebroken hart.

Toen onze sigaretten tot op het filter opgerookt waren, vroeg ze of ik door het bos wilde wandelen. Ze keek me lief aan en ik knikte gretig. Alles, als ik maar bij haar kon zijn.  Ze zei dat ik mijn spijkerjasje niet moest vergeten. Ze zorgde nu al goed voor me.

We probeerden de ingang te vinden van het pad waar je kon beginnen met  een wandeltocht door het bos, maar we hadden geen succes. We  daalden naar beneden. We moesten elkaars hand vast houden omdat het pad ook hier vrijwel onbegaanbaar was. Weer ging ik bijna onderuit. Fien lachte om me en ik schaamde me dood. Toen we beneden waren konden we gelijk weer naar boven. We konden de ingang van het pad niet vinden. We gaven de moed op en besloten weer terug te lopen naar waar we vandaan kwamen. Het was fijn om in het donker van de nacht hand in hand te lopen met de mooiste kinderarts die ik ooit had gezien.

Uiteindelijk vonden we de uitgang van het pad dat we eigenlijk hadden willen lopen. Fien wilde al naar de uitgang lopen maar ik pakte haar hand en trok haar mee. Ik duwde haar tegen een boom aan en zoende haar. Verlegen zoende ze terug en toen pas besefte ik dat wat ik vermoedde wel waar moest zijn: Dit was de eerste keer dat mijn Fien met een vrouw zoende. Toen was ik helemaal in de wolken. Een bloedmooie kinderarts uit Amsterdam die haar fantasie in vervulling laat gaan met een simpel meisje uit Friesland.

 Oh wat was ik verliefd en we zoenden en we zoenden en het was heerlijk. Ik liep op wolken en ik wilde daar blijven lopen. Ik was gelukkig tot in mijn kruis, tot Fien zich ineens van me losmaakte, mijn hand pakte en richting de uitgang begon te lopen. Ik had geen keus en liep met haar mee. Ik had het vermoeden dat ze van plan was om terug te keren naar haar vrienden omdat ze erg in de war was geraakt door haar eerste vrouwelijke kus. Snel vertelde ik haar dat mijn luchtbed lek was, wat overigens echt waar was, en of ze geen plekje in haar tent had voor mij. Ze keek me lief aan en zei dat ze haar tent deelde met een vriendin. ‘Godver,’ zei ik tegen haar, want ook ik deelde uit luiheid een tent met een vriendin. ‘Maar we kunnen toch gewoon buiten slapen?’ vroeg ik. ‘Ja, laten we buiten slapen,’ ratelde ik door. ‘Dat heb ik altijd al gewild.’ ‘We zoeken een mooi plekje op waar we jouw luchtbed neer kunnen leggen en dan slapen we samen onder de sterren.’ Fien lachte om mijn enthousiasme en zei dat ze daar nog even over na moest denken. Ik zei haar dat ik er een gedicht over zou schrijven, over onze nacht onder de sterren. Ze zei dat ik haar nu aan het chanteren was en ik glimlachte bevestigend. Ze moest lachen en zei dat ze nu weer terug ging naar haar vrienden, maar dat ze misschien wel  zou terugkomen. Ik zei dat ik zeker wist dat ik haar nooit meer zou zien. Mijn mooie kinderarts zei niets meer terug, glimlachte alleen, gaf me een kus op mijn wang en liep toen weg. Langzaam vervaagde ze in het donker. Ik keek pas weg toen ik haar niet meer kon ontwaren in het licht van de sterren.

Ik stak een sigaret op en keek op mijn horloge. Er kan veel met een mens gebeuren in een uur.